Tips voor ondernemers in de inkomstenbelasting2018-12-04T10:09:29+00:00

Tips voor ondernemers in de inkomstenbelasting

Ondernemers in de inkomstenbelasting profiteren vanaf 2019 van de tariefsverlagingen in de inkomstenbelasting. Maar vanaf 2020 wordt het fiscale voordeel van ondernemersaftrek en mkb-winstvrijstelling in stappen beperkt tot het laagste belastingtarief. Wat zijn de mogelijkheden waar jij in 2018 als ondernemer nog naar kunt kijken?

1. Speel in op tariefsverlaging

De tarieven in de inkomstenbelasting gaan in 2019 omlaag. Ook de jaren erna blijven de tarieven dalen. Het is daarom fiscaal voordelig kosten van jouw onderneming, zo veel mogelijk in de tijd naar voren te halen en opbrengsten, indien mogelijk, zo veel mogelijk uit te stellen. Denk bijvoorbeeld aan een kostenegalisatiereserve, een herinvesteringsreserve, het vormen van voorzieningen en aan vervroegd afschrijven.

2. Kies de juiste beloning voor de meewerkende partner

Is jouw partner niet bij je in loondienst, maar werkt hij of zij wel mee in het bedrijf, dan kan je hiermee fiscaal rekening houden. Je kunt kiezen voor de meewerkaftrek, een percentage van de winst dat afhankelijk is van het aantal meegewerkte uren. Je kunt ook kiezen voor de arbeidsbeloning. Dit moet een reëel uurloon zijn voor de verrichte werkzaamheden en moet in een jaar minimaal € 5.000 te bedragen.

Let op
De meewerkaftrek heeft geen gevolgen voor het inkomen van jouw partner. De arbeidsbeloning wel, want jouw partner wordt hier zelf voor belast en betaalt hierover ook premies Zvw. Bereken wat voor je de voordeligste optie is en pas deze toe. Je mag jaarlijks voor een andere beloningsvorm kiezen als je dat wilt. Zorg wel dat je een eventuele meewerkbeloning schriftelijk vastlegt en ook daadwerkelijk betaalt. Voor de meewerkaftrek is dat niet nodig.

3. Maak bezwaar tegen een aanslag premie zorgverzekeringswet als je lijfrentepremies hebt betaald

De rechter heeft in november 2018 beslist dat bij de berekening van het premieinkomen voor de aanslag zorgverzekeringswet de lijfrentepremies in aftrek komen. Dat levert je voordeel op als jouw premieinkomen in een jaar onder het maximum ligt: € 54.614 (2018). Maak tijdig bezwaar als je een aanslag premie zorgverzekeringswet krijgt opgelegd waarin nog geen rekening is gehouden met de aftrekbare lijfrentepremie.

Let op 
Alfa heeft voor haar ondernemers met lijfrentepremieaftrek de afgelopen periode al veel bezwaren ingediend tegen de te hoge aanslagen premie zorgverzekeringswet.

4. Plan de opname van liquiditeiten

Liquiditeiten met een laag rendement, zoals jouw bedrijfsbankrekening, kan je het beste pas na 31 december overbrengen naar privé. Op die manier voorkom je de relatief hoge belasting in box 3. Andersom is het verstandig om noodzakelijke liquiditeiten vanuit privé vóór 31 december van dit jaar over te maken naar jouw bedrijfsrekening. Als voorwaarde voor liquide middelen in de onderneming geldt dat ze niet duurzaam overtollig mogen zijn. Je moet dus aannemelijk kunnen maken dat je de banksaldi nodig hebt voor de onderneming (voor investeringen of als buffer om verplichtingen na te kunnen komen).

Let op
Pas op voor de antimisbruikmaatregelen tegen boxhoppen. Vermogen dat voor 1 januari vanuit box 3 naar de onderneming wordt overgebracht én dat niet langer dan zes aaneengesloten maanden binnen deze box wordt gebruikt, rekent de fiscus toe aan beide boxen. Dubbel belasting betalen is het gevolg. Voor vermogen dat langer dan drie maanden, maar minder dan zes maanden van box is verwisseld, heb je de mogelijkheid de dans te ontspringen door zakelijke motieven te bewijzen.

5. Zet stakingswinst om in een lijfrente

Staak je je jouw onderneming in 2018? Voorkom dan directe afrekening door de stakingswinst om te zetten in een lijfrente. Doet je dit in 2019, dan is de premie nog aftrekbaar in 2018 als deze vóór 1 juli 2019 is betaald. Op dezelfde wijze kan je ook de oudedagsreserve (FOR) omzetten in een lijfrente.

De tariefsverlagingen in de komende jaren maken de aankoop van een lijfrente extra aantrekkelijk. Je trekt nu immers jouw storting af tegen maximaal 51,95%, terwijl je vanaf 2023 slechts maximaal 49,5% belasting betaalt over de uitkering.

Let op
De betaalde lijfrentepremie vermindert de te betalen belasting, maar niet de te betalen Zvw-premie. Over de te ontvangen uitkering betaal je echter ook premie Zvw. Dit betekent in feite een dubbele heffing, voor zover jouw inkomen bij uitbetaling van de lijfrentetermijnen onder de Zvw-premiegrens valt en je in het stakingsjaar  de Zvw-premiegrens nog niet hebt bereikt. Hierdoor wordt het nettorendement van de lijfrente in deze gevallen kleiner.

6. Verzoek om compensatie Bbz

Ondernemers die door financiële tegenslag in de bijstand terechtkomen, krijgen eerst een lening. Deze wordt na een jaar kwijtgescholden, als de lening niet kan worden terugbetaald. De lening wordt op dat moment aangemerkt als inkomen, waardoor meer belasting verschuldigd is en minder recht op toeslagen bestaat. Dit ongewenste effect is sinds 2017 opgelost. Besloten is om voor de toeslagen een compensatieregeling te treffen voor ondernemers van wie in de jaren 2014, 2015 en 2016 een dergelijke lening is kwijtgescholden. Ondernemers die voor deze compensatie in aanmerking willen komen, moeten daartoe een schriftelijk verzoek richten tot de Belastingdienst. Bij het verzoek moeten de nodige bewijsstukken worden meegestuurd waaruit blijkt dat je voor de regeling in aanmerking komt.

Let op
De compensatieregeling is nog niet door het parlement aangenomen, maar ondernemers kunnen een verzoek tot compensatie nu al wel indienen. De compensatie kan tot uiterlijk 31 december 2019 worden aangevraagd.

7. Houd bij winstbepaling rekening met toeslagen

Als ondernemer in de inkomstenbelasting kan je de hoogte van de winst op het einde van het jaar voor een deel zelf beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan versneld afschrijven voor starters en op milieu-investeringen (Vamil). Ook bestaat de keuze om wel of niet aan de oudedagsreserve toe te voegen.

Houd bij deze beslissingen ook rekening met jouw eventuele recht op toeslagen, nu en in de toekomst. Heb je bijvoorbeeld dit jaar geen recht op toeslagen, maar volgend jaar wel omdat je dan een huurwoning betrekt of gebruik gaat maken van kinderopvang, dan kan je waarschijnlijk beter pas wachten tot volgend jaar met maatregelen om jouw winst te drukken. Dat kan natuurlijk alleen maar als het verschil de moeite waard is en je het je financieel kunt veroorloven.

Let op
Stel dat je door (binnen de fiscale regels) schuiven met inkomsten en/of aftrekposten jouw winst volgend jaar met € 10.000 kunt verlagen, waardoor jouw inkomen geen € 35.000 bedraagt maar € 25.000 en dat je volgend jaar ook een huurwoning betrekt en voor twee kinderen kinderopvang afneemt, dan kan je dit zomaar ruim € 3.200 aan extra toeslag schelen.

8. Optimaliseer de investeringsaftrek

Rondom de investeringsaftrek zijn er een aantal dingen om rekening mee te houden:

1.     Het moment van het aangaan van investeringsverplichtingen (geven opdracht, ondertekening offerte ed.) in combinatie met de tabel van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Het percentage aan aftrek is het hoogst als het totaal aan verplichtingen ligt tussen € 2.300 en € 56.600. Het plannen, en voor zover mogelijk het spreiden, van investeringsverplichtingen loont vaak de moeite.

2.     De daling van het percentage aan energie-investeringsaftrek in 2019. Het percentage daalt van 54,5% naar 45%. Overweeg je een investering in een energiezuinig bedrijfsmiddel, dan moet de investeringsverplichting voor 31 december 2018 zijn aangegaan om nog het hoge percentage aan aftrek te krijgen.

3.     Om de investeringsaftrek ook daadwerkelijk in de aangifte inkomstenbelasting 2018 mee te mogen nemen moet het bedrijfsmiddel in gebruik genomen zijn in 2018 óf er moet voldoende aanbetaald zijn. Anders schuift de aftrek door naar latere jaren. Afhankelijk van de verwachte winsten kan het aantrekkelijk zijn nog in 2018 een aanbetaling te doen. Let daarbij wel op risico’s bij faillissement van de leverancier.

Let op
Betaal in ieder geval 25% van een nog niet in gebruik genomen investering binnen 12 maanden na het aangaan van de verplichting tot aankoop van het bedrijfsmiddel. Doe je dit niet, dan komt de hele investeringsaftrek te vervallen (tenzij sprake is van overmacht).

4.     Heb je in de afgelopen vijf jaar (dus in de periode tussen 2014 en 2018) gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoopt je het bedrijfsmiddel weer of ruilt deze in, dan krijg mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling, waardoor je een gedeelte van de aftrek weer moet terugbetalen. Houd hier rekening mee en wacht, voor zover mogelijk, met de desinvestering. Dit is bijvoorbeeld van belang als je een milieuvriendelijke auto, waarvoor je MIA hebt gekregen, verkoopt binnen vijf jaar.

9. Ga zorgvuldig om met je herinvesteringsreserve

Heb je een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij een boekwinst behaald, dan kun je de belastingheffing over de boekwinst uitstellen door deze te reserveren in een herinvesteringsreserve. Voorwaarde is dat je een herinvesteringsvoornemen hebt en houdt. Dit voornemen moet concreet genoeg zijn en te onderbouwen naar de Belastingdienst. Voor het vormen en aanwenden van een herinvesteringsreserve gelden voorwaarden. Laat je hierover goed informeren en adviseren.

Laat vervolgens de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves niet verlopen. Een herinvesteringsreserve die je in 2015 gevormd hebt, moet je nog voor 31 december 2018 benutten. Doe je dat niet, dan valt de herinvesteringsreserve vrij en ben je belasting over de vrijval verschuldigd. (Her)investeer daarom op tijd!

Let op
Op de termijn van drie jaar waarbinnen je moet herinvesteren, bestaan twee uitzonderingen. De eerste is als vanwege de aard van het bedrijfsmiddel meer tijd nodig is. Denk bijvoorbeeld aan de investering in een chemische fabriek waarvoor diverse vergunningen nodig zijn. De tweede uitzondering is van toepassing als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de aankoop is vertraagd. Er moet in dat geval wel op zijn minst een begin van uitvoering met de aankoop gemaakt zijn. Ook zul je de vertragende factoren desgewenst aannemelijk moeten maken.

10. Werk volgens een modelovereenkomst

Als je derden inhuurt voor het verlenen van diensten, kan je via een zogenaamde modelovereenkomst zekerheid krijgen over het al dan niet bestaan van een dienstbetrekking. Maak je gebruik van een modelovereenkomst, dan heb je alleen vrijwaring voor de loonheffingen als ook daadwerkelijk volgens die overeenkomst wordt gewerkt. Wordt in de praktijk afwijkend gewerkt, dan vervalt de vrijwaring en kan de Belastingdienst alsnog op dat moment beoordelen of wel of niet sprake is van een dienstbetrekking, met daarbij risico’s op forse naheffing van loonheffingen.

De Belastingdienst heeft aangegeven dat er tot eind 2019 in beginsel niet wordt nageheven en beboet als er achteraf sprake blijkt te zijn van een dienstbetrekking en de opdrachtgever geen loonheffing en premies heeft ingehouden. Dit zal alleen anders zijn als er sprake is van een dienstbetrekking én er sprake is van evidente en opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Let op
Het kabinet Rutte III heeft bekendgemaakt de wet die aan de modelovereenkomst ten grondslag ligt, weer te willen vervangen. Deze in 2016 ingevoerde wet ter vervanging van de VAR (verklaring arbeidsrelatie) zorgt voor te veel onzekerheid en onrust onder zzp’ers en hun opdrachtgevers. In plaats daarvan komt er een nieuwe wet, die opdrachtgevers en echte zzp’ers de zekerheid geeft dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Beoogd is de wet per 2020 in te voeren.

11. Voorkom verliesverdamping

Beoordeel of jouw ondernemingsverlies uit het verleden nog in 2018 kan worden verrekend. Een ondernemingsverlies in de inkomstenbelasting kan je verrekenen in box 1 met positieve inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.

Tip
Dreigt jouw verlies uit het verleden na 2018 verloren te gaan vanwege het verlopen van de termijn? Beoordeel dan of er mogelijkheden zijn om jouw winst dit jaar te verhogen. Je kunt bijvoorbeeld bepaalde uitgaven uitstellen of omzetten eerder realiseren. Een in januari geplande verkoop van een bedrijfsmiddel wordt dan in december extra aantrekkelijk.

12. Vraag een voorlopige verliesverrekening aan

Heb je in 2017 winst behaald, maar sluit je 2018 vermoedelijk af met een verlies? Dan kunt je de Belastingdienst na het indienen van de aangifte inkomstenbelasting 2018 verzoeken om een voorlopige verliesverrekening. De Belastingdienst zal dan alvast 80% van het vermoedelijke verlies verrekenen met de winst van 2017.

Let op
Een voorlopige verliesverrekening levert je een liquiditeitsvoordeel op, want je kunt sneller beschikken over een deel van het nog terug te verwachten belastinggeld. De voorlopige verliesverrekening wordt naderhand verrekend met de definitieve verliesverrekening.

13. Let op de balans tussen fosfaatproductie en –rechten!

De fosfaatproductie moet gelijk zijn aan de rechten die een bedrijf heeft (er moet evenwicht zijn). Aan het eind van het jaar wordt daadwerkelijk de balans opgemaakt, en zal het aantal fosfaatrechten op het bedrijf gelijk moeten zijn aan de fosfaatproductie. Het kopen van fosfaatrechten heeft liquiditeitsgevolgen voor de onderneming en kan gezien het naderen van 31 december 2018 niet meer tot de mogelijkheden behoren. Om dat te ondervangen kun je gebruik maken van de tijdelijke lease (heen- en teruglease binnen één kalenderjaar).

Met de overeenkomst van lease kan een overschrijding van de fosfaatproductie ten opzichte van het aantal fosfaatrechten worden voorkomen. Daarmee voldoe je aan het evenwicht, benodigd op grond van de Meststoffenwet.

Je hebt hiervoor nodig inzicht in de fosfaatproductie en het aantal fosfaatrechten en bij het ontbreken van evenwicht het sluiten van een tijdelijke leaseovereenkomst.

Voor een overzicht van alle eindejaarstips, ga naar eindejaarstips.